terug naar het overzicht
'DE DIGITALE SLUIZ'

Scheepsbouw in Muiden door de eeuwen heen; 1621-1868


aflevering 156 van 20 november 2006

Een uitgebreide, printvriendelijke versie van dit verhaal van Guus Kroon kunt u hier downloaden (pdf-379kb).

Muiden omstreeks 1560, getekend door Jacob van Deventer, met langs de Vecht aan de westzijde, waar nu de Hellingstraat is, een natuurlijk begroeide oever, ongeveer vanaf de huidige loods van Oudshoorn tot aan de stadswal. Hier bevond zich indertijd een gracht die in verbinding stond met de Vecht. Daar is nu de ingang van het terrein van Van der Vliet. De Kijkuitpoort was de ingang van Muiden als je over de dijk uit Amsterdam of Diemen kwam. Van scheepsbouw was nog geen sprake. Er is wel een gebouw te zien aan het eind van de Hellingstraat, maar er liggen geen schepen.Ook aan de Weesperstraat niet. Daar is zelfs nog geen bebouwing aan de oostkant.

In 1621 werd de eerste scheepswerf in Muiden in bedrijf gesteld (1). Er volgden er spoedig meer. Door de Eerste Engelse Zeeoorlog (1652) kwam de vraag naar schepen pas goed los. Er kwam een lijnbaan voor het benodigde touw, alsook een taanderij voor het bewerken van de zeilen. De lijnbaan bevond zich ongeveer op het huidige Ravelijnspad, vandaar dat de woningen daar aan grenzend de naam Lijnbaanshof gekregen hebben. De plaats van de taanderij is niet bekend.

Omstreeks 1630 waren er twee werven op de westwal van de Vecht. (2). Tweeëntwintig jaar later, in 1652, wordt er gesproken van drie werven. Er werden zeegaande schepen gebouwd. In de bronnen is sprake van de bouw van minimaal één fluit- of spiegelschip per jaar. Op de kaart van Muiden, getekend door Jacob Blaeu in 1649, is een groot schip te zien dat voor de westwal van de Vecht ligt, nabij de brug.
In 1707 stonden er in Muiden elf pakhuizen voor de handel en de scheepbouw; zeven aan de oostkant van Muiden en vier aan de westkant van de Vecht. In 1744 was er een niet onbemiddelde scheepstimmerman.

De kaart van Jacob Blaeu uit 1649, toont Muiden in alle details. Er varen schepen op de Vecht en in de haven. Aan de westelijke wal, ten noorden van de brug (de sluis was er nog niet) liggen verschillende schepen, maar ook ten zuiden van de brug en aan de oostelijke wal, onder anderen ter hoogte van de kerk, zijn diverse schepen zichtbaar. Bovendien zijn er aan het eind en in het midden van de huidige Hellingstraat duidelijk schepen zichtbaar óp de wal. Hier bevonden zich de eerste scheepswerven.

Omstreeks 1800 waren volgens Jansen en Van Diest (3) 100 tot 130 mensen in de scheepsbouw doende. In 1818 waren er drie werven met 60 tot 80 arbeiders. Daarna ging het snel bergafwaarts, want een jaar later, in 1819, waren er nog maar 18 mensen over op deze werven. Vervolgens ging het in 1840 weer wat beter, want toen konden er 40 mensen in de scheepsbouw hun brood verdienen, inclusief een aantal toeleveringsbedrijven. De Amsterdamse reder Boissevain liet in 1842 twee schepen van 132 en 160 ton bouwen in Muiden, dus dat leverde weer werk op. De bloei duurde tot ongeveer 1850.

In 1817 vestigde Hendrik Pauw uit Durgerdam zich in Muiden.(4) Hij kocht via de Amsterdamse notaris Meyers een scheepswerf in de Hellingstraat met een daar tegenoverstaand huis, van Gerrit Lam. Ruim een jaar later en wel op 10 november 1818 kocht hij aan de zuidkant van de werf nog een huis met een lapje grond naar de Vecht voor een zacht prijsje, nml. fl 150,- van de erven Stiegel. Hierop bouwde hij een smederij. Hendrik Pauw was geboren in 1763 in Nieuwendam en dus al 55 jaar oud toen hij naar Muiden kwam. Hij trouwde in Durgerdam drie keer. Met zijn eerste vrouw Teuntje Klein kreeg hij drie zoons:
1. Arie, (1790). Hij nam de scheepswerf die zijn vader al sinds 1804 in Durgerdam had over toen deze naar Muiden ging. 2. Pieter, geboren in 1795. Hij kwam met zijn vader mee naar Muiden. 3. Teunis, geboren 1798. Voor hem werd in 1825 in Buiksloot een werfje gekocht.

Hendrik huwde voor de tweede maal met Aaltje Visser. Zij kregen drie zoons en twee dochters. Van belang voor de scheepsbouw zijn:
1. Jan, geboren 1801. Hij werkte op de werf van zijn vader. 2. Cornelis, geboren in 1806, was meester-smid en beheerde de smederij van zijn vader.

Het derde huwelijk van Hendrik was in 1814 met Elsje Barens. Dat bleef kinderloos. Hendrik overleed op 14 januari 1829. De notaris maakte de boedelstaat op. Er was een scheepswerf met gereedschap en verdere 'getimmerden' en het tegenover gelegen huis. Samen fl 3000,- waard. Ook was er een huis, erf en grond met smederij plus gereedschap (gekocht in 1818) dat fl 1000,- opbracht. Samen dus voor 4000,- aan vastgoed. Aan losse goederen (waaronder twee paarden en een wagentje), vaartuigen, hout en ijzer was er voor fl 1837,-. Met aftrek van schulden bleef er fl 6743,- over.


Detail kadasterkaart van Muiden anno 1836: Rechts de Sluis en in het midden de Hellingstraat.


Pieter Pauw werd uiteindelijk de eigenaar van de werf en Cornelis van de smederij. (Half-) Broer Jan verging het slecht als scheepsbouwer. Hij werd in 1866 failliet verklaard. Pieters vrouw, Susanna Fokkens, stierf begin 1822. Uit hun huwelijk waren er drie kinderen. Pieter trouwde al aan het eind van hetzelfde jaar opnieuw, nu met Hieke Teninga uit Schiermonnikoog. Zij kregen 5 kinderen, waaronder hun oudste zoon Thomas (geboren in 1823).

Pieter was nadat hij in 1818 met zijn vader mee naar Muiden was gekomen op 15 maart 1820 voor zichzelf begonnen. Hij kocht via een Amsterdamse notaris van Claas Castelein een scheepstimmerwerf met “huisinge” daarop in de Hellingstraat, grenzend in het noorden aan de Zeedijk en ten zuiden aan de werf van Arend Paddenburg. De werf heette vanouds “De Bloementuin” of ook wel “De Uitkijkpoort”. Deze werf was in korte tijd meerdere keren van eigenaar verwisseld. In 1791 had Matthijs Ketting de werf aan zijn schoonzoon Jacob Vis gegeven, onder voorwaarde dat hij hem kost en inwoning verleende en fl 2,- zakgeld tot aan zijn dood. Schoonvader Ketting stierf al in 1798, maar Jacob Vis ging in 1805 failliet, waarop Claas Castelein de boel overnam voor fl 2175,-.

Pieter Pauw was een man met visie. Hij had vier jonge zoons uit twee huwelijken en dacht vooruit. Hij kocht in 1831 op een veiling een oude, niet meer gebruikte werf in de Weeesperstraat, tegenover het huidige Stadscafé vanouds Gieling. Op de tuin stond nog een loods en er was een steiger in de Vecht. Het geheel was eigendom van Dirk Cornelis van der Meulen, die ook eigenaar was van zoutkeet “De Wereld”. Hij was failliet verklaard en verhuurde de tuin aan Cornelis Brakkee voor fl 10,- per jaar. Er lagen even verderop, op de plaats waar nu de zogenaamde “Twaalf (min twee) Apostelen” staan, nog twee ongebruikte scheepswerven, die eigendom waren van Barend Kroede en Vastert van Nes. Op de veiling in de Bruinvisch, waar nu Chinees restaurant Kam Shan staat, werd de werf van Van der Meulen voor fl 630,- verkocht aan Pieter Pauw. Hij deed er tot zijn dood op 6 mei 1867 niets mee. Later werden hier woningen gebouwd door Bredius van de Kruitfabriek.


Op het kaartje hierboven een overzicht van de eigenaren van de werven aan de Hellingstraat in de 18e en 19e eeuw. Het huidige Van der Vlietterrein was verdeeld in drie stukken (I, II, III) terwijl het stuk van Cor de Wit, waar nu de grond braak ligt om straks nieuwbouw te plegen, het vierde stuk was (IV).
(Uit: Villa Amuda, nr. 48 Oktober 1999, jrg. 13 nr. 1, HKSM.)

Voor die tijd nam Pieter Pauw nog in 1841 de werf van zijn vader over. Hij bezat toen twee flinke werven, maar de smederij was in handen van zijn broer Cornelis. Deze kon het echter niet bolwerken en in 1854 nam zijn broer Pieter de smederij over. Cornelis bleef voor hem werken als smid en huurde voor fl 45,- het bijbehorende huis.

Thomas, de oudste zoon van Pieter Pauw, was 32 jaar in 1855 en wilde ook wel eens zelfstandig worden. Zijn vader verkocht hem de noordelijke werf “De Bloementuin” voor fl 1800,-. Thomas mocht de koopsom aflossen bij zijn vader, voor fl 150,- per jaar en tegen 4% rente. Er hoorden bij de werf twee huizen die tegen de zeewering aan gebouwd waren. Zij werden in de volksmond “Nova Zembla”genoemd vanwege de koude noorderwind die vaak tegen de woningen blies. Aan het eind van de Hellingstraat stond een eigenaarswoning. Deze werd in 1940 bewoond door Jaap Teerhuis, bijgenaamd “Jaap de Marker”. De woningen werden na de oorlog gesloopt.

Pieter Pauw stierf in 1867. Op zijn werven waren tientallen schepen gebouwd: Brikken, barken, botters en pramen. Hij had vele Muidenaren werk verschaft en ondanks zijn drukke werkzaamheden was hij ook nog raadslid van 1839 tot 1863 en beklede tal van functies in de Nederlands Hervormde kerk. De boedel werd op 18 april 1868 geveild. Thomas Pauw probeerde het bezit van zijn vader te kopen, maar Hendrik Schouten was hem te slim af. Hij kocht de werf en de tuin in de Weesperstraat voor zichzelf en de smederij en de huizen voor Johan Laurens Kilian.

Tot zover dit deel van de “Scheepsbouwgeschiedenis van Muiden.” Volgende keer meer over Schouten.
GK
(1) Uit: De gemeentegids van Muiden 2006-2007, pagina 16.
(2) Uit: Villa Amuda, blad van de HKSM, nummer 8, juni 1989, 2e jrg. nr. 4 pag. 15 t/m 35 Lezing dr. A. Doedens.
(3) Beknopte geschiedenis van Muiden, door dr. L. Jansen en drs. S.C. van Diest, 1953.
(4) Uit: Villa Amuda, blad van de HKSM, nummer 48, oktober 1999, 13e jrg. nr.1 pag. 4 t/m 19 door S.C. van Diest.
Een uitgebreide, printvriendelijke versie van dit verhaal van Guus Kroon kunt u hier downloaden (pdf-379kb).


terug naar het overzicht

U kunt uw bijdrage zenden of opmerkingen kwijt door op de onderstaande envelop te klikken
U belandt dan op ons reactie formulier: