terug naar het overzicht
'DE DIGITALE SLUIZ'

Muiden Chemie-souveniers uit de Kollumerwaard


aflevering 151 van 4 september 2006

DE VOORGESCHIEDENIS

Op 30 mei 1983 kwamen drie Surinaamse werknemers van de kruitfabriek Muiden Chemie in Muiden om het leven bij de ontploffing van ongeveer 100 kilogram kruit in gebouw 17. In de wijk Zuid-West Muiden sneuvelde geen enkele ruit. De omwonenden reageerden vrij laconiek op de ontploffing. Er was vooral medeleven met de nabestaanden van de slachtoffers van de ontploffing maar geen ongerustheid over de eigen veiligheid, zoals in 1972. De volgende ochtend ging het personeel weer gewoon aan het werk. Muiden Chemie zag geen reden de fabriek te verplaatsen en ging over tot de orde van de dag.

Op 9 september 1983 overleed Kees van Hees uit Muiden op weg naar het ziekenhuis, nadat hij zwaar gewond was geraakt bij een explosie in gebouw 18. De dood van de jonge Muidenaar (25) kwam hard aan in de Muider gemeenschap. Staatssecretaris mevrouw Kappeijne van de Coppello verklaarde dat het niet uitgesloten was dat de Muidense kruitfabriek De Krijgsman voorgoed zou worden gesloten. Er was hevige twijfel aan de veiligheidssituatie bij de fabriek. Surinaamse personeelsleden protesteerden bij de poort. De gemoederen liepen hoog op tijdens de begrafenis van Kees van Hees. Er werd langdurig gestaakt en de rust keerde maar langzaam weer op de fabriek.

In een krantenbericht van 6 oktober 1983 werd aangekondigd dat er buiten het fabrieksterrein een nieuwe afdeling zou worden opgetrokken. Het zou gaan om een afdeling waarvoor op het terrein van Muiden Chemie geen plaats was. Een plaats werd niet genoemd. Wel werd vermeld dat Muiden Chemie al een ruimte had in fort Uitermeer bij Weesp, waarin grondstoffen waren opgeslagen. In juni 1984 meldde de Muider Post dat het College van Muiden niet meewerkte aan uitbreiding van de Kruitfabriek vanwege de toegenomen onzekerheid over de kruitfabricage. Er werd desondanks illegaal een kruithuis gebouwd. Vervolgens werd er door Muiden Chemie onderhandeld met het Havenschap van Delfzijl over een eventuele vestiging van de kruitfabriek. Muiden Chemie had namelijk zojuist een nieuw procédé ontwikkeld en wilde daarmee zo snel mogelijk aan de slag.

In januari 1985 maakte de Friese gemeente Kollumerland bekend dat het de deur had opengezet voor een eventuele komst van een vestiging van de kruitfabriek uit Muiden. Men wilde graag de werkgelegenheid uitbreiden. Muiden Chemie had het oog laten vallen op een terrein van 80 ha (vrijwel net zo groot als het terrein in Muiden). Daarvan zouden maximaal 3 ha bebouwd worden en er konden 100 mensen werken.

Op 11 april 1985 meldde de Gooi- en Eemlander dat de Kruitfabriek al in oktober of november van dit jaar wilde gaan bouwen in de Kollumerwaard. Commissaris van de koningin in Friesland Hans Wiegel reageerde verheugd. Gedeputeerde Staten waren in meerderheid voor. De nieuwe onderneming kwam op een lap grond van 70 hectare, naast een militair schietterrein. Er kwam verspreid over het terrein een aantal gebouwen te staan. De opzet was ongeveer gelijk aan die in Muiden. Er zouden andere, nieuwe kruitsoorten gemaakt worden, waarvoor in Muiden geen plaats meer was. Ook Dronten en Delfzijl waren in beeld geweest, maar het feit dat het gebied dunbevolkt was gaf de doorslag. De nieuwe kruitfabriek ging 20 miljoen gulden kosten. Er was een aanvraag van 4,5 miljoen gulden ingediend bij de Investerings Premie Regeling. Als alle vergunningen op tijd zouden worden afgegeven kon men eind 1986 starten met de productie. De uitbreiding zou niet ten koste gaan van de vestiging in Muiden, verzekerde men.

De Kollumerwaard ligt in het Lauwersmeergebied. De voormalige Lauwerszee werd in 1969 afgesloten en veranderd in 7000 ha ingepolderd land en 2000 ha water. Van het land was 2600 ha bestemd voor militaire doeleinden, 1300 ha landbouw en 2000 ha recreatieterrein. (400 hectare proefterrein, WP 1979). Het Muiden Chemie-terrein ligt aan de W. van der Ploegweg.

De Raad van State gaf op 27 februari 1986 groen licht voor de bouw van de kruitfabriek in Kollumerwaard. Drie milieu-organisaties hadden nog tevergeefs geprobeerd de bouw tegen te houden. Actievoerders van de groep “Het Kruit-commando” saboteerden het slaan van de eerste paal door Hans Wiegel, maar die deed het even later toch. De fabriek werd gebouwd en in bedrijf genomen, maar al gauw was er geen vraag meer naar de bijzondere kruitsoorten want al in 1987 bleek dat Muiden Chemie illegaal kruit had geleverd aan Iran, dat op dat moment in oorlog was met Irak. De nieuwe fabriek in Kollum had daarbij ook een rol gespeeld. Er volgde een exportverbod. Men had net de productie opgevoerd en moest dus al het kruit opslaan op eigen terrein. Er dreigde ontslag voor de werknemers in Friesland. De aandelen KNSF daalden van fl 17000,- naar fl 6500,- per stuk op de beurs.

Muiden Chemie werd veroordeeld tot een boete van 3 miljoen gulden, waarvan 2,1 voorwaardelijk. Er volgde ontslag voor vele tientallen werknemers. De afzetmarkt voor kruit was volledig ingestort. De nieuwe commercieel-financieel directeur A. Luijcx probeerde het nog even met bouwpasta's in Kollum, maar tevergeefs. De ontspanning in de wereld deed er nog een schepje bovenop, dankzij Gorbatsjov. De voorraden waren zo opgelopen dat de productie in Muiden, Ouderkerk en Kollum werd stilgelegd in november 1990. De vakbonden bezetten de drie fabrieken, maar begin december dat jaar was het echt afgelopen. Muiden Chemie ging failliet. Alle 232 werknemers van de drie fabrieken werden ontslagen, zonder sociaal plan of afvloeiingsregeling. Hans Wiegel wilde nog proberen de fabriek in Kollum open te houden, maar het was te laat. De nieuwe fabriek ging voorgoed dicht.

MUIDEN CHEMIE ANNO 2006


Inmiddels zijn we bijna zestien jaar verder. In het voorjaar van 2006 verschijnt er een berichtje in de kranten over een hert dat rondloopt met een stuk zeil verstrikt in zijn gewei. Het zeil is afkomstig van de voormalige kruitfabriek in de Kollumerwaard, want daar lopen damherten in het wild rond. Na een poosje werpt het hert vanzelf zijn gewei af zodat het probleem verholpen is, maar mijn interesse is gewekt. Wat zou er over zijn van de kruitfabriek in Kollum, als daar zomaar herten kunnen rondlopen tussen het afval? Ik besluit er eens een kijkje te gaan nemen.

Op zondag 27 augustus 2006 rijden mijn vriendin en ik in haar auto naar Friesland. Na een paar uur rijden en een keer de weg vragen in Kollum vinden we het vervallen complex aan de W. van der Ploeg weg, nabij een Militair Schietterrein. In mijn topografische atlas staan twee ingangen aangegeven. We proberen eerst de achterste maar daar is niets te zien dan wat aarden wallen. Bovendien is het hek dicht. Als we naar de andere ingang rijden roept mijn vriendin opeens enthousiast: “Kijk nou eens; hertjes!” Drie damherten lopen enkele tientallen meters voor ons in de berm langs de weg. Twee groten en een kleintje. Het mannetje heeft een klein gewei. De witte achterkanten zijn goed zichtbaar. We rijden voorzichtig verder. De dieren zijn niet schuw en blijven in een akker staan kijken. Ik maak enkele foto's als ze vlak voor de auto oversteken en in het bos verdwijnen. We zijn opgetogen over de onverwachte ontmoeting.

Er staan twee gele zeecontainers enkele tientallen meters voor de ingang van het terrein. De poort is gesloten, maar er zit een groot gat in het hek naast de ingang. We stappen uit en gaan door het gat het terrein op. Rechts van de ingang staat een laag, barakachtig gebouw. Het is niet van steen of beton. De portiersloge rechts van de deur is nog herkenbaar door het schakelpaneel, maar de rest van de inventaris is geheel vernield en ligt verspreid over de vloer. Ook de gang en de ruimte links ligt vol papieren. Alle ruiten zijn eruit geslagen en de houten platen die voor de ramen gespijkerd waren zijn ook grotendeels verdwenen. Her ruikt er muf en het is er vochtig en schemerig.
Mijn vriendin roept me. Ze heeft interessante papieren gevonden, denkt ze. Ik bekijk het blad even en leg het ergens neer om te bewaren. We waden door een papiermassa van zo'n 30 cm hoog. Archiefdozen zijn uit de kasten gehaald en leeg gestrooid over de vloer. Sommige stukken zijn nat en te vies om aan te pakken, maar andere zijn nog droog en redelijk goed bewaard gebleven. We vinden onder anderen lijsten, etiketten, boekhoudzaken, computeruitdraaien en stickers van Muiden Chemie. We verbazen ons over de hoeveelheid en de aard van de vele achtergebleven documenten. Blijkbaar heeft men indertijd niet de moeite genomen om deze papieren te vernietigen. We verzamelen een aantal interessante paperassen en gaan weer naar buiten. De zon en de frisse lucht doen ons goed.

We wandelen verder het verlaten terrein op en zien ontmantelde fabrieksgebouwen, met allerlei buizen en leidingen. De paden zijn vrijwel dichtgegroeid en moeilijk begaanbaar vanwege het natte mos dat het asfalt bedekt. Als we een rondje gemaakt hebben rechts van de ingang zien we opeens twee mannen aan komen lopen. We schrikken even; zijn het bewakers of misschien natuuropzieners? Nee, het blijken gewoon twee jongens te zijn die op internet gelezen hadden dat er verlaten gebouwen te zien waren hier. Zij lopen door naar de ingang en wij gaan kijken waar de overige gebouwen staan. Even later staan we weer voor een hek. Het terrein is maar klein. We gaan linksaf maar moeten vanwege de dichte begroeiing een zijpad nemen. Daar komen we enkele magazijnen tegen. In het ene ligt een berg gele kunststof doppen van zo 'n 10 cm doorsnede. In het andere staan nog enkele roodbruine vaten met etiketten. Ze zijn leeg, maar nog in goede staat. Ik besluit er een mee te nemen om de papieren uit het kantoor in op te bergen. Op een schoolbord staat met een krijtje geschreven wanneer de laatste lading drums is opgeslagen. Verrassend genoeg nog in 1992:


We willen langs het nog zeer degelijk uitziende hekwerk teruglopen naar de uitgang, maar ergens in een bocht is de begroeiing ondoordringbaar. Na een omweg tussen de bomen door komen we weer op het pad en vinden nog vier kleinere gebouwen. We eten wat in de auto en vertrekken dan richting het noorden.

Later, thuis, bestuderen we de gevonden papieren. Tussen de stapels A4-vellen met correspondentie, rekeningen, voorraadlijsten, brandweervoorschriften en andere zaken, vinden we een boekje met een boekhoudkundig overzicht van 28 maart 1990. Er staan lijsten in met omschrijvingen van de inventaris, maar ook een overzicht van het personeel, de debiteuren en de crediteuren. Bij nummer 059761 staat: VERKOPEN PERSONEEL, gevolgd door diverse codes. Daar onder, een eindje verder; nummer 059991: AANVRAGEN COLLECTIEF ONTSLAG. Bij het personeel zien we vele bekende namen staan. De rest van de papieren moet nog nader bekeken worden, maar zeker is dat dit een unieke en waardevolle collectie historisch materiaal vormt als aanwinst van 't HAM.

Op de website van de Leeuwarder Courant van 3 oktober 2005 staat te lezen dat in augustus 2005 het terrein van Muiden Chemie in de Kollumerwaard is verkocht aan de projectontwikkelaar Phonos Molenland BV uit Houten. Er komt een groot woon- en zorgcentrum.
GK
(Noot van de redactie: Zorg en wonen in de Kollumerwaard
Gepubliceerd op 03 oktober 2005 in de Leeuwarder Courant:
MUNNEKEZIJL -  Op het voormalige terrein van Muiden Chemie in de Kollumerwaard komt een groot- wonen en zorgproject. Het terrein is twee maanden geleden door Muiden Chemie International verkocht aan projectontwikkelaar Phanos Molenland bv uit Houten.  Kollumerland en zorggroep Noorerbreedte nemen deel aan het project dat in totaal zo'n honderd miljoen Euro kost. Het terrein van bijna 80 hectare was eerder in het nieuws als vestigingsplaats voor een gevangenis.Ook zijn er plannen geweest voor een attractiepark van ondernemer Henny van der Most,  een windmolenpark en de plaatsing van schotelantennes voor Defensie.)


terug naar het overzicht

U kunt uw bijdrage zenden of opmerkingen kwijt door op de onderstaande envelop te klikken
U belandt dan op ons reactie formulier: